De tijd dat studenten recht hadden op een basisbeurs lijkt voorbij. Het kabinet denkt aan de invoering van een sociaal leenstelsel. D66-kamerlid Boris van der Ham is voor het sociaal-leenstelsel, maar de opbrengst daarvan moet wel worden besteed aan een forse investering in onderwijs. Het kabinet lijkt dit niet van plan, en dat acht Van der Ham "onacceptabel".
Het Algemeen Dagblad schrijft op basis van bronnen in Den Haag dat het kabinet een een sociaal leenstelsel wil invoeren. Dat betekent dat studenten bij de overheid geld moeten lenen om te kunnen studeren in plaats van de maandelijke ontvangst van een thuis- of uitwonende beurs. Dit levert circa 800 miljoen op.
D66-Kamerlid Boris van de Ham laat aan NU.nl weten weliswaar nog steeds voor een sociaal leenstelsel te zijn, maar alleen wanneer het geld dat daardoor wordt uitgespaard in verbetering van de kwaliteit van het onderwijs wordt gestoken. "Waar dit over gaat is een zoveelste platte bezuiniging van het kabinet", aldus Van der Ham. "Dat is voor ons onacceptabel."
D66 wil de opbrengsten besteden aan het verhogen van de kwaliteit van opleidingen, kleinere klassen, meer docenten, een impuls voor het MBO en het HBO en wetenschappelijk onderzoek.