Interview met Boris van der Ham (D66)

De kermisattractie voorbij (interview VARA-GIDS)

26 juli 2010

De programmering van de publiek omroep is steeds rozer gekleurd: de vijftiende editie van de Gay Pride van Amsterdam wordt verslagen op de landelijke tv, er is een gay-themaweek en binnenkort help Arie Boomsma bij de KRO jonge homo’s met hun coming out. Daaruit zou je kunnen concluderen dat het goed gaat met de homo-emancipatie in Nederland . Maar dat is toch niet de hele waarheid, zegt D66-kamerlid Boris van der Ham (36 jaar) tegen NOS-Journaalpresentator Rik van de Westelaken (39 jaar). Het leek de VARA-gids een goed idée om deze twee ervaringsdeskundigen hun licht hierover te laten schijnen. Daar dachten Rik en Boris echter heel anders over.

Boris:  Bij de Gay Pride heb ik  een dubbel gevoel; Lange tijd heb ik zelfs er een grote weerzin tegen gehad. Ik zag die extreme beelden op het  Journaal, van een soort homo’s in wie ik me helemaal niet in herkende…

Rik: De boten met daarop die dansende, extravagante mannen in hun blote billen bedoel je.

Boris:  Ja. Ik vond het zelfs beledigd. Anti-emancipatie. Nu denkt iedereen dat alle homo’s zo doen, dacht ik. Een paar jaar geleden zag ik die botentocht voor het eerst in het echt, en zag dat het in werkelijkheid een zeer diverse tocht was. Niet zo extreem als op tv. Maar ik realiseerde me ook dat ik die extravagante uitingen niet zo op mezelf moest betrekken. Die grachten-parade is eigenlijk te vergelijken met zoiets als de Zomerparade in Rotterdam. Daar zijn het hetero’s, hier homo’s. En net zoals je een uitdagend uitgedost meisje of jongen daar niet als toonbeeld voor alle hetero’s moet zien, is de Canalparade dat niet voor homo’s. Ik zie het nu gewoon als een leuk feest. D66 heeft, net zoals een aantal andere partijen, ook al jaren een eigen boot.  Jij?

Rik: Ik voelde me  15 jaar geleden ook ongemakkelijk bij de botentocht: ik keek mijn ogen uit,vond al die extravagante gays  geweldig maar hoopte ook dat ik er niet voor altijd mee geassoccieerd zou worden. Nu heb ik die angst niet meer. Inmiddels is het voor mij een jaarlijks terugkerend feest , met mijn vrienden. We feesten, staan aan de gracht te kijken naar de boten en lachen om alle acts die voorbijvaren. Met voor ons natuurlijk rijen hetero’s die aapjes komen kijken…

Boris:  Je zou dan zou eigenlijk tegen hun willen zegggen: draai je eens om en kijk naar ons: wij zijn ook homo en zijn weer heel anders! Er is een groot pallet. Van een travestiet als Dolly Bellefleur, leernichten, maar ook Pia Beck, de componist Tjaikovski, winaars van Olypische medailles, mensen met lange, degelijke relaties, Claudia de Breij, tot aan Herman Tjeenk Willink, de oerdegelijke onderkoning van Nederland: het zijn allemaal homo’s, in alle soorten en maten, zeer verschillend en onderling niet te vergelijken. Net als hetero’s. Ik hoop dat die diversiteit meer wordt benadrukt. Gelukkig zie je dat steeds meer ontstaan.

Rik: Is de Gay Pride dan wel nodig?

Boris: Ik ben daar ambivalent over. In Nederland is het een feest, in een land als Polen is het een mensenrechtendemonstratie tegen discriminatie en geweld. Daar worden homo’s aangevallen door rechtsextremistische jongeren.  Aan die Pride doen Europese politici mee, zodat de Poolse regering de demonstranten moet beschermen - tegen wil en dank. Ik was er ook ooit bij. Die Poolse Pride heeft  een echt maatschappelijk doel, het genereert aandacht in de media.  In Nederland zie je trouwens ook steeds meer inhoud tijdens de Canal Parade: een boot tegen homo-geweld, een Joodse en een christelijke homoboot. Maar dan hoop ik wel dat jullie journalisen niet weer  alleen maar de extravagante boten laat zien.

Rik: Daar heb je zeker een punt. Ik erger me er ook aan dat te pas en te onpas bij reportages over homo’s de beelden van de botenparade uit de kast worden getrokken. Bij het NOS-Journaal willen we het niet, maar soms gebeurt het. Zo’n zelfde mechanisme heb je ook bij onderwerpen over Moslims. Voor je het weet, komen er weer beelden uit de Moskee voorbij, terwijl die ook niet representatief zijn voor de Islamitische gemeenschap. 

DISCRIMINATIE

Rik: Een greep uit het nieuws van afgelopen jaar…  Een pastoor die een homoseksuele prins carnaval een hostie weigert, een homostel dat uit Leidsche Rijn is gepest, een spontane demonstratie in Amsterdam tegen geweldsincidenten. Het lijkt wel alsof er minder tolerantie is. Of hebben wij als media er meer aandacht voor?

Boris: Er is meer intolerantie en dreiging van geweld, de voorbeelden spreken voor zich. Ook zijn er nog steeds weigerambtenaren, mogen streng-religieuze scholen homo’s ontslaan. Op 80% van de Amsterdamse scholen wordt geen voorlichting meer gegeven over homoseksualiteit, door tijdgebrek maar ook door angst voor de reactie van leerlingen en ouders met andere, achterlijke opvattingen. Dat speelt niet alleen bij allochtone gezinnen in de stad maar ook op bij autochtonen op het platteland.  Ik denk dat we er teveel van zijn uitgegaan dat het bij ons in Nederland wel vanzelf goed zou gaan, omdat discriminatie bij ons via de wet redelijk goed aangepakt kan worden. Maar het is dus niet vanzelf goed gegaan.

Rik: Ben je zelf wel eens  geintimideerd of uigescholden?

Boris: Niet echt. Ik krijg wel eens heel onaardige dingen naar mijn hoofd, maar dat heeft meer te maken dat ik politicus ben, vaak niet met geaardheid. Daarbij is mijn pijngrens vrij hoog hoor. Ik ben niet zo snel bang. .

Rik: In de politiek heb je nu ook een PVV die voor homo’s zegt op te komen.

Boris: Ja, maar in de praktijk valt dat tegen.  De PVV neemt  in de kamer geen enkel initiatief, is vaak niet bij debatten. De PVV zegt dat ze tegen geweld van sommige Marokkaanse jongeren zijn, tegen de intolerante kant van de Islam. Daar ben ik ook allemaal tegen. Maar vervolgens gebeurt er weinig om er iets aan te doen. Het lijkt meer een soort truc van de PVV, en ik vraag me toch echt af: is de PVV nu echt zo begaan met de emancipatie van homo’s of is gewoon een handig puntje, en kan het ze voor de rest echt wel iets schelen. De discussie rond seksualiteit en religie is zeer interessant, een scharnierpunt van onze samenleving. Orthodoxe Christenen en moslims mogen hun geloof beleiden, maar dat mag niet leiden tot het uitsluiten van anderen.  Dat maakt het een spannend thema: het gaat om de klassiek Nederlandse identiteit van onderlinge tollerantie en acceptatie.

Rik: Wat voor cijfer geef je de homo-emancipatie anno 2010?

Boris: Vergeleken met andere landen geef ik de emancipatie in Nederland een 8. We lopen in veel discussies voorop.  Maar je moet voortdurend alert zijn. Tien jaar geleden was het een 9. We zijn te gemakzuchtig geweest en sommige mensen hebben nog echt achterlijke opvattingen.

HOMOCULTUUR

Rik: Amsterdam was tien jaar geleden nog een toonbeeld van tolerantie, een homohoofdstad,  een toeristische trekpleister . Nou niet meer:  als iemand mij nu vraagt waar hippe, spannende feesten zijn, weet ik niet waar ik ze heen moet sturen. Niet omdat ik ouder ben geworden maar doordat veel kroegen dicht zijn en er weinig nieuws bijkomt.

Boris: Het uitgaansleven in grote steden verandert sowieso.

Rik: Niet in Londen, New York, Parijs,  Berlijn. Daar bruist het nog wel.

Boris: Ik denk dat het uitgaansleven zich verplaatst, van reguliere clubs naar alternatieve, minder commerciele feesten. Ook voor hetero’s. De gladde, voorgeprogrammeerde feesten zijn passe, de bruine kroeg met  ‘’Ich bin wie du’ in de cd-speler heeft zijn beste tijd gehad: mensen vinden dat niet leuk meer, al helemaal niet de jongere generatie. De homoscene is nu minder een eenheidswordt. Daarbij is de klassieke ‘homokroeg’ minder nodig om iemand tegen het lijf te lopen. Internet biedt –naast alle ranzigheid- ook de mogelijkheid aan iemand om zelfs in de verste uithoek van Nederland een relatie op te doen

Rik: Toch biedt zo’n homokroeg wel een veilige omgeving jezelf te kunnen zijn.

Boris: Ja, het heeft wel wat om ook es in de meerderheid te zijn.

Rik: Volgens onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam is het homo-uitgaansleven ten dode opgeschreven. Niet alleen door het internet, maar ook door de homo’s zelf. De homo van nu wil ‘normaal’ gevonden worden, vindt dat het interessante deel van zijn persoonlijkheid pas begint waar zijn homoseksualiteit ophoudt. Zodanig, dat hij krampachtig elke vorm van bijvoorbeeld nichterig verwijfd gedrag wil vermijden. En dus ook de homocultuur en de homokroeg…

Boris: Dat is toch geweldig,  dat homo’s zich verzetten om in een hokje te worden geduwd?

Rik: Maar ‘homo zijn’  is toch niet alleen een seksuele orientatie?

Boris: Behalve dat je ook verliefd wordt op iemand van het zelfde geslacht heb je feitelijk weinig gemeen met andere homo’s. Mijn identiteit is dat ik politicus ben, vrijzinnig, Nederlander, kaal van mijn part. Maar ik vind mijn geaardheid geen groot deel van mijn identiteit. Ik heb al tien jaar een relatie, en dat is erg belangrijk voor me, maar niet omdat het een man is. Wat je wel bijna allemaal gemeen hebt is je ‘coming out’. Die is karaktervormend. Je hebt iets overwonnen op jonge leeftijd, je hebt iets moeten ontdekkingen. Je bent iets meer zelfbewust, denk ik.

Rik: Misschien ook minder bang om je nek uit te steken… Als homo heb je jezelf al eens heel kwetsbaar opgesteld en je hebt het overleefd. En wat denk je, is er eigenlijk zoiets als een ‘homocultuur’?

Boris: Er is een grap: dat elke homo bij zijn coming out een welkoms-pakket krijgt, met daarin de greatest hits van Abba, alle puntentellingen van het songfestival, je kent het wel, alle cliche’s op een rijtje. Ik noem dat de kermis-reflex:  alsof je een soort rariteit bent, de vrouw met de baard en daar hoort dit dan bij. Maar dat zie je nu al erg veranderen. Vroeger waren er nauwelijks films, series, liedjes, boeken die op een positieve manier over man-man, vrouw-vrouw relaties gingen. De spoeling was dun, dus klampten homo’s en lesbiennes zich vast aan dat weinige dat er wel was. Dat werd dan de homocultuur. Nu zijn er veel meer rolmodellen, van sporters, gelovige homo’s en mensen die belangrijke functies in de maatschappij hebben. En het barst van prachtige films, series en boeken. Er is dus steeds minder sprake van ‘n eensoortige homocultuur of een homogemeenschap. Het is samenraapsel van alles en nog wat, net zoals bij hetero’s. Dat jongeren niet meer in een homokroeg willen staan, dat is dan jammer, maar er komt veel nieuws voor in de plaats

HOMO-EMANCIPATIE

Rik: Hoe moet het verder met homo-emancipatie in Nederland?

Boris:  We moeten meer voorlichting geven aan jongeren in het onderwijs, geweld tegen homo’s moet harder worden aangepakt. En dat trouwambtenaren en sommige scholen nog homo’s mogen weigeren vind ik belachelijk. Maar dat zijn kleine punten, als je het vergelijkt met de situatie in veel andere landen. Daar krijgen homo’s en lesbiennes soms nog de doodstraf. In ons mensenrechtenbeleid moeten we daar tegen strijden.  Hier in Nederland denken we nog veel in hokjes. Homo’s ook. Als iemand bijvoorbeeld biseksueel is, dan pikken sommige homo’s dat niet. “Hij zal wel niet willen toegeven dat hij homo is.” Je ziet het ook bij iemand als Arie Boomsma die voor homo’s opkomt.  Zowel hetero’s als homo’s zeggen dan meteen: ‘O, hij zal het stiekem zelf wel zijn.” Zo flauw, die jongen is gewoon hetero, juist heel goed dat zo’n christelijke hetero opkomt voor de homo’s.

Rik: Nog zo’n voorbeeld. De Vara-gids vraagt mij – als homoseksuele journalist – om jou als homoseksueel kamerlid te interviewen.  Natuurlijk praten wij over dit onderwerp uit persoonlijke ervaring. Maar het zou leuk zijn als in de toekomst homoemancipatie ook het onderwerp van gesprek zou zijn tussen twee hetero’s.

Boris: Ja. Pia Dijkstra, jouw oude Journaal- collega, doet nu bij ons het woord over de Homo-emancipatie. Maar ze is hetero, en werd niet voor dit interview gevraagd. Raar. De volgende keer gaan wij, Rik, het gewoon over de economie, vrouwenemancipatie of landbouw hebben.

 

 

Boris in de buurt

Speciale pagina’s

Politieke onderwerpen