In zowel NRC-Handelsblad als NRC-next verscheen vrijdag en maandag een opinieartikel van D66-kamerlid Boris van der Ham over de Europese verkiezingen. Na de Europese verkiezingen zijn de Eurolauwe partijen aan het tobben geslagen. Bedreigt Europa de Nederlandse identiteit? Moeten ze nu eurosceptischer worden of juist niet? Van der Ham betoogt dat als er al sprake is van verlies aan Nederlandse identiteit, dat door binnenlandse politiek komt. Nederland moet investeren in taal, cultuur, handelsgeest en zijn brutale internationale houding. Euroscepsis is zelfs een bedreiging voor de Nederlandse identiteit.
Euroscepsis bedreiging Nederlandse identiteit Vormt de Europese samenwerking een bedreiging voor de Nederlandse identiteit? Die kwestie was bij deze verkiezingen opnieuw een centraal thema. Uitgesproken Eurosceptische partijen meenden dat het ‘typische Nederland’ erdoor in gevaar kwam, en partijen als PvdA, CDA en VVD werden door hen verleid hierin mee te buigen. Maar de vraag is: deugt die analyse wel? Als er al sprake is van verlies van Nederlandse identiteit, lijkt dat eerder veroorzaakt door binnenlandse politiek, dan door Europa. Bij beschouwing van 'de Nederlandse identiteit is de eerste vraag: wat is die 'identiteit' dan? Prinses Maxima betoogde vorig jaar terecht dat die 'identiteit' weliswaar niet statisch is, maar er zijn natuurlijk best zaken te omschrijven die typisch Nederlands zijn. Het meest onomstreden punt van identiteit is onze taal, kunst en cultuur. Volgens een recent rapport van de Onderwijsraad is de kennis van het Nederlands in het basisonderwijs (ook onder oorspronkelijk Nederlandse kinderen) veel te laag. Door jarenlange geringschatting van het Nederlandse taalonderwijs is dat belangrijke punt van identiteit onder druk komen te staan. In Europa is er bovendien geen ander land dat zo weinig investeert in cultuur als Nederland. Veel instellingen die onze geschiedenis herbergen en onze cultuur levend houden bijten financieel op een houtje. Zelfs het maken van nieuwe Nederlandstalige films en tv-series is hier ingewikkelder dan in andere landen. Opmerkelijk is dat het juist de conservatieve, Eurosceptische partijen zijn die in de binnenlandse politiek hier drastisch op willen bezuinigen. Naast het versterken van deze elementen, kan Nederland ook trots zijn op de internationale samenwerking zelf. Nederland was in de 16de eeuw een van de eerste landen die zich echt openstelde voor vrijhandel. Bovendien trok de vrije en internationale atmosfeer vrije denkers aan uit de rest van Europa, zoals Descartes, Baarle en Locker. Later in de geschiedenis werd Nederland dikwijls in bescherming genomen door ons omringende, grote landen die onze neutraliteit mogelijk maakten. Nederland wist dus al vroeg dat ze alleen maar 'zichzelf' kon zijn als er internationale afspraken werden gemaakt. Niet voor niets is ook de bekendste voorvechter van het internationaal recht een Nederlander: Hugo de Groot. Nederland was begin vorige eeuw bovendien een belangrijke pleitbezorger van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. Na de Tweede Wereld oorlog vocht Nederland voor de Benelux en de Europese Gemeenschap. Nederland heeft dus niet alleen geprofiteerd van internationale samenwerking; We hebben ontlenen zelfs een deel van onze identiteit aan het bedenken ervan. Bij het benutten van die internationale positie is Nederland echter steeds gereserveerder geworden. Jarenlang koos Nederland een zelfbewuste voortrekkersrol rond milieubeleid, ethische vraagstukken en een rationeel drugsbeleid, maar onder het huidige politieke gesternte wil Nederland steeds minder vaak voor de troepen uit lopen. We moeten niet meer het 'beste jongetje van de klas' willen zijn, zo heet het. Een vreemde keuze. Juist het offensief uitdragen van onze liberale verworvenheden, en het internationaal voortrekken en baanbreken bij netelige kwesties, bepaalde nu juist decennialang onze Nederlandse identiteit, zowel in buiten- als binnenland. Dat belangrijke element van onze identiteit staan onder druk. Niet door Europa, maar door binnenlandse conservatieve krachten. Ook het typische Nederland als stapelplaats voor kennis en handel moet op z’n tellen passen. Een tastbaar bewijs daarvan is onze talenkennis. Waar Nederlanders vroeger bekend stonden als handige taalgoochelaars, zien steeds minder leerlingen het nut in van vreemde talen. Exportorganisatie Fenedex rekende uit dat door de teruggang van met name het Duits – de taal van ons voornaamste exportland - we een slordige 7,8 miljard euro per jaar mis lopen. Nederland dreigt ook achter te lopen bij het aantrekken van buitenlandse studenten. Gemiddeld hebben Europese universiteiten 5,5% internationale studenten, Nederland slechts 4,7%. Nederland loopt daarbij internationaal achter wat betreft investeringen in onderwijs en kennis. Bovendien heeft Nederland iets te verliezen als vestigingslocatie voor buitenlandse bedrijven. Uit onderzoek blijkt dat we slecht scoren wat betreft regeldruk, het wispelturige overheidsbeleid en de beschikbaarheid van aantrekkelijke, groene woonruimte. Opvallend is dat ook het wegzinkend liberale en internationale klimaat als negatieve factor wordt genoemd. Waar Nederland ooit zijn identiteit ontleende aan zijn openheid en tolerantie, knabbelt het euroscepsis en conservatisme aan die fundamenten. Gisteravond bleek dat de Europese verkiezingen waren gewonnen door zowel de meest pro-Europese partijen als de meest eurosceptische partij. De Eurolauwe partijen kondigden daarop een grondige analyse aan van de door hen gevoerde campagne. Die analyse kan dus tot twee conclusies leiden: meer pro-Europees, of nog eurosceptischer. Als het Nederland echt menens is met de onze 'identiteit, dan investeert het in taal, onderwijs, cultuur, geschiedenis, openheid, handelsgeest en zijn constructieve internationale houding. Alleen dat leidt tot een sterk Nederland in een sterk Europa. Sterker nog: een verdere groei van de euroscepsis is een bedreiging van de Nederlandse identiteit. Boris van der Ham is Tweede Kamerlid voor D66